Van zorgen voor naar zorgen dat

Belangrijkste ontwikkelingen naar de nieuwe tijd

In het Regeerakkoord werden de contouren van de nieuwe tijd al geschetst. In het eerste halfjaar 2013 gaven het Zorgakkoord en de brief van de staatssecretaris over de hervorming van de Langdurige Zorg meer duidelijkheid. In januari 2014 is het wetsvoorstel voor de nieuwe Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) naar de Tweede Kamer gestuurd. De Participatiewet die een inclusieve arbeidsmarkt voor mensen met en zonder beperking en één regeling voor bijstand, beschut werken en jonggehandicapten beoogt heeft instemming gekregen van de Tweede kamer in februari 2014. De Jeugdwet, die eveneens van invloed is op het beleid en de organisatie van Ipse de Bruggen, was eind 2013 de Tweede Kamer gepasseerd en in februari dit jaar heeft de Eerste Kamer ermee ingestemd. Onduidelijkheid bleef er nog over  de overgang van kinderen van de KDC’s (kinderdienstencentra), de positie van de LVB-cliënten in de leeftijd van 18 tot 23 jaar en de bovenregionale inkoop van gespecialiseerde besloten jeugdzorg.

 

Wijzigingen in aanspraken en financiering
De transities Wmo en Jeugd per 1 januari 2015 hebben als consequentie dat vanaf die datum de volgende dienstverlening onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten valt:
  • Ambulante begeleiding
  • Extramurale dagbesteding inclusief vervoer
  • Behandeling van kinderen met een verstandelijke beperking tot 18 jaar (deels).
 
In algemene zin wordt gestreefd naar ontschotting (tussen wetten en typen van zorg) met als uitgangspunt: ‘wat heeft de cliënt nodig’. Daarom gaat de nieuwe Wmo-wetgeving uit van het compensatiebeginsel: in plaats de beperking of zorgvraag staan de individuele behoeften en mogelijkheden centraal.

Bij de Wmo-transitie krijgen gemeenten slechts de beschikking over 75% van het huidige budget voor ambulante begeleiding en extramurale dagbesteding. Inclusief overheadkosten van de gemeenten is het mogelijk dat de korting op het budget substantieel hoger uitvalt. Gestreefd wordt naar zorgcontinuïteit voor de huidige cliënten.

Overigens hebben we al met ingang van 2014 te maken met een algemene tariefskorting wat voor Ipse de Bruggen inclusief de taakstelling op vervoer en rekening houdend met de inhaalindex 2013 voor de begroting van 2014 een taakstelling van € 10 miljoen betekende. Voor de langdurige zorg volgt in 2017 nog eens een korting van 5%.

Doel van de nieuwe Jeugdwet is de zorg zo dicht mogelijk bij de leefomgeving van het kind/de jongere te organiseren met een integrale benadering van de problematiek. De inzet richt zich daarom meer op preventie en vermindering van het medicaliseren van problemen.

Bij de Jeugdwet gaat het om een korting op het totale budget van tenminste 15% in drie jaar vanaf 2015.

Veranderend risicoprofiel
De aanspraken op de langdurige zorg veranderen waarmee ook de financiering wijzigt. Dat vraagt om fundamenteel andere keuzes die Ipse de Bruggen vanuit klantperspectief wil realiseren.
Tevens zal duidelijk zijn dat de productie- en omzetontwikkeling in de toekomst in belangrijke mate afhankelijk zullen zijn van het beleid van de gemeenten. Kortom, het risicoprofiel in de strategie en bedrijfsvoering neemt de komende jaren aanzienlijk toe. 

Zorgvisie: het Manifest

Het jaarthema was ‘focus op de klant’ met de zeggenschap van de cliënt als speerpunt op de agenda. Op de leiderschapsdag in mei werd de start voor de vernieuwing gegeven. De lange reeks van toekomstsessies bleek succesvol. Cliënten, hun vertegenwoordigers en medewerkers gingen met elkaar in gesprek en legden de basis voor een inhoudelijke visie op goede zorg. Centraal stond de wens van de cliënt om meer regie over eigen leven en meer zeggenschap over de zorg te krijgen. Dat zal voor de medewerker een andere manier van kijken, werken en organiseren betekenen: van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. Beknopt is die visie als volgt:
  • Ieder mens is bijzonder en heeft het recht op een goed leven. Dat betekent zelf  keuzes kunnen maken en bepalen wat belangrijk voor je is. En ook: andere  mensen om je heen hebben en volwaardig mee kunnen doen in de samenleving.
  • Wij ondersteunen mensen met een handicap. Alles wat we doen is gericht op het bevorderen van de kwaliteit van hun leven. We gaan uit van de eigen kracht en mogelijkheden van onze cliënten en hun netwerk. Dat betekent dat we cliënten ondersteunen om de regie over hun eigen leven te voeren. We weten dat leven en leren gepaard gaan met risico’s. Met de cliënt, zijn (wettelijk) vertegenwoordiger en zijn familie bekijken we hoe we met die risico’s omgaan.

 

  • We gaan in gesprek met de cliënt, zijn (wettelijk) vertegenwoordiger en anderen die voor hem belangrijk zijn, om erachter te komen wat zijn vragen, wensen en behoeften zijn. Soms schieten middelen of mogelijkheden tekort, dan zoeken we samen naar wat wél kan.
  • We staan voor deskundige en betrouwbare zorgprofessionals. Beperkingen leiden soms tot complexe vragen. Daarvoor zetten we specialistische kennis in en die blijven we ook steeds ontwikkelen.
  • De duurzame relatie tussen cliënt, zijn netwerk en de zorgprofessional is ons vertrekpunt. Daarom organiseren we de zorg dichtbij de cliënt.
  • We werken op basis van visie en vertrouwen en de waarden die daarin besloten liggen. Onze opvattingen over goede zorg en de beleving van de cliënt zijn leidraad voor ons handelen en dat is voor ons de toets van kwaliteit. Daarover leggen we op een betekenisvolle manier verantwoording af aan elkaar en aan de buitenwereld.
  • We bevragen elkaar kritisch of het lukt onze visie in de dagelijkse praktijk te realiseren en of we daadwerkelijk alles doen om bij te dragen aan de tevredenheid van onze cliënten.

Veranderagenda

De komende jaren werken we aan het verder concretiseren van de visie en de organiseerprincipes zodat die invulling krijgen in onze dagelijkse praktijk. Cliënten willen  meer regie en tegelijkertijd ook samen met hun netwerk, meer eigen verantwoordelijkheid, Ipse de Bruggen wil dit mogelijk maken. De voorgenomen wijzigingen in de AWBZ hebben grote impact. De middelen voor zorg en ondersteuning waarop tot nu toe aanspraak kon worden gemaakt lopen terug. De decentralisaties - waarbij extramurale begeleiding, dagbesteding en jeugdzorg in 2015 overgaan naar de gemeenten - gaan gepaard met bezuinigingen. De AWBZ die overblijft zal zich richten op cliënten met complexe vragen die zwaardere zorg en ondersteuning nodig hebben. Dat alles heeft  forse consequenties  voor onze cliënten, medewerkers, onze werkwijzen en ons vastgoed.
Concreet hebben wij voor 2014/2015 de volgende samenhangende opgaven:
  • Ontwikkeling van de organisatie vanuit onze inhoudelijke zorgvisie en de in het  manifest geformuleerde organiseerprincipes
  • Anticiperen op de veranderingen die voortkomen uit de verschuiving van  extramurale begeleiding en dagbesteding naar de Wmo en verschuivingen in de dienstverlening aan derden
  • Anticiperen op de veranderingen die voortkomen uit de transitie van de jeugdzorg
  • Doorontwikkeling Langdurige Zorg en Specialistische Behandeling
  • Heroriëntatie op de taken en werkwijze van de staf en ondersteunende diensten

In het programma voor de komende twee jaar wordt prioriteit gegeven aan klantbeleving/bejegening, de transities en de acties die daarmee samenhangen zoals het sociaal beleid, de inhoudelijke aanpassing van de opleidingen en methodiekontwikkeling. Daarnaast vragen de implementatie van e-HRM met technische veranderingen eveneens om een nieuwe manier van werken.
Om de zorg aan de cliënt te versterken hebben gedurende het veranderproces vijf ontwikkelpunten in het veranderingsproces de aandacht:
  • de ondersteuning van de medewerkers
  • het experimenteren en ontwikkelen in de dagelijkse praktijk
  • kansen benutten door te delen
  • een betekenisvolle planning en verantwoording en reflectie op sturing
  • het verminderen van de interne bureaucratie.
 

Organisatieontwikkeling

De ingrijpende wijzigingen in het overheidsbeleid kunnen niet anders dan tot fundamentele veranderingen in de interne organisatie en bedrijfsvoering leiden. Dat vraagt om een inrichting van de zorg(organisatie) naar andere organiseerprincipes.
 
Wijziging in de organisatiestructuur
Momenteel opereert Ipse de Bruggen nog vrijwel uitsluitend onder de AWBZ. In de toekomst zal dat veranderen. Op basis van een driemarktenstrategie hebben we het afgelopen jaar al voorgesorteerd op het wijzigende overheidsbeleid.
Vanaf 1 juli 2013 kent de organisatie twee onderdelen: Langdurige Zorg (LZ) en Specialistische Behandeling (SB: kind/jeugd/klinieken). Met het oog op de transities en de voortschrijdende extramuralisering (scheiden wonen/zorg) werd de ambulante begeleiding geherpositioneerd. Tevens wordt beleid gemaakt voor de welzijnsmarkt. Vanaf 2015 komt een deel van de cliënten onder de Wmo te vallen.

De komende jaren zal Ipse de Bruggen deze hoofdsegmenten - langdurige zorg, behandeling en welzijn - verder ontwikkelen, wat zal leiden tot differentiatie in zorgconcept, in inrichting en in cultuur. Die profilering draagt zeker ook bij aan meer inhoudelijke ontwikkeling. Waar er noodzaak is of mogelijkheden liggen, wordt daarin samenwerking met derden gezocht.

Organisatieontwikkeling

Langdurige zorg
In de langdurige zorg staat de klantbeleving centraal. Met onze ondersteuning sluiten we aan bij de vraag van de cliënt als het gaat om: onafhankelijkheid, de sociale participatie en het welbevinden.
Wijziging van de interne samenwerking tussen de zorg en de ondersteunende diensten geeft de garantie dat die ondersteuning optimaal kan zijn. Inhoudelijk worden de interne en externe ketensamenwerking benut.
Ipse de Bruggen is specialist in de ondersteuning op het gebied van mensen met ernstig meervoudig beperkingen, mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag en oudere mensen met een verstandelijke beperking (EMB, MVG, ouderen VG) en wil daarin innoveren.
Jeugdzorg
Voor Jeugdzorg zijn in de vier regio’s de onderhandelingen over de transitiearrangementen gevoerd. Eind van 2013 was de ontwikkeling van een innovatieagenda in volle gang.
Bij de vernieuwing staan het behoud van de eigen regie van de cliënt en de rol van het eigen netwerk voorop. De keuzemogelijkheden in het behandelaanbod worden vergroot met verbreding van het ambulante aanbod. Naast doorontwikkeling van professionele methoden en technieken en hun effectiviteit komt er meer aandacht voor de maatschappelijke context en het toekomstperspectief van de cliënt. De cliënt- en verwijzer tevredenheid zijn hierin leidend.
 
We verwachten een verschuiving van residentieel naar meer ambulant en/of poliklinisch. Daarin is samenwerking met derden een belangrijke schakel.
Wmo-bedrijf
Ongeacht de financiering wil Ipse de Bruggen zich in blijven zetten voor mensen met een verstandelijke handicap. Deze strategische keuze heeft tot een onderzoek geleid hoe deze maatschappelijke doelgroep het best in de toekomstige Wmo-markt kan worden ondersteund. De integrale aanpak van de gemeenten impliceert samenwerking aan de aanbiederszijde. Daarom wordt beoogd met Fundis (ouderenzorg Gouda) en Assist (expertise op het gebied van logistieke processen, Vebego) een Wmo-bedrijf op te richten. Een voorgenomen besluit daarvoor lag eind 2013 ter advisering bij de ondernemingsraad en centrale cliëntenraad. Er werd een positief advies gegeven op het principe. Een aantal zaken op vooral het bestuurlijk-juridische en personele terrein vraagt nog om nadere uitwerking.
Gevolgen transities
Op basis van impactanalyses voor cliënten, medewerkers en vastgoed werden toekomstplannen ontwikkeld. Om de gevolgen voor de medewerkers zo soepel mogelijk op te vangen werd ingezet op flexibilisering en interne mobiliteit. Op 1 juli liep het Sociaal Plan af. Al in het vroege voorjaar werd het gesprek met de bonden gestart om tot een nieuw plan te komen. Na stagnatie werden aan het eind van het jaar de onderhandelingen weer opgepakt. Streven is om zo spoedig mogelijk tot overeenstemming te komen. In een periode van krimp zijn bij reorganisaties afspraken in de vorm van een sociaal plan van groot belang.
Medewerkerstevredenheid
Ipse de Bruggen heeft de ambitie om zich te ontwikkelen naar een hoog presterende organisatie (HPO). Rond vijf thema’s werden aan medewerkers en managers stellingen voorgelegd die zij konden beoordelen met een rapportcijfer. Uit deze nulmeting kwam een totaalscore van 6,6 licht boven het gemiddelde in de gezondheidszorg. De uitkomsten van deze medewerkerswaardering zijn richtinggevend voor de ontwikkeling van de organisatie en bepalen dus de veranderagenda van de komende jaren met als basis de nieuwe zorgvisie.

Samenwerking

Schakenbosch
In samenwerking met Jeugdformaat is vanaf 1 januari de stichting Behandelcentrum Jeugdzorgplus voor jongeren met een lichtverstandelijke beperking te Leidschendam – Voorburg in exploitatie (98 plaatsen).
Dit behandelcentrum heeft een bovenregionale functie. Extra maatregelen bleken nodig om deze specifieke verblijfsdoelgroep te kunnen behandelen. Helaas bleef de instroom van cliënten nog achter bij
de verwachtingen. Voor een toekomstbestendige exploitatie blijkt een bredere verkenning noodzakelijk.
Klinisch Centrum Kristal
Ipse de Bruggen exploiteert met Rivierduinen (GGZ) een centrum voor behandeling van VG met psychiatrische problematiek. Per 1 maart werd de nieuwe kliniek op Buurtschap Craeyenburch in Nootdorp betrokken. Het aantal bedden werd van 18 naar 40 gebracht. De samenwerking is op 1 januari 2014 in een stichting voortgezet.

De Banjaard
De samenwerking met De Jutters en Middin in maatschap De Banjaard werd beëindigd. De activiteiten – zorg voor jongeren met psychiatrische problematiek – werden door De Jutters overgenomen.