Kwaliteit van Zorg

Kwaliteit en veiligheid

De toets van de kwaliteit
We streven naar een verantwoording naar buiten en aan elkaar die vooral betekenisvol is. Daarom zijn onze opvattingen over goede zorg en de beleving van de cliënt - zoals verwoord in de zorgvisie (het Manifest) – de leidraad voor ons handelen en dat is voor ons de toets van de kwaliteit.

We staan voor deskundige en betrouwbare zorgprofessionals. Die hebben uiteraard vakinhoudelijke kennis en expertise maar het zijn vooral ook mensen die echt in gesprek gaan, persoonlijk initiatief nemen, hun gezond verstand gebruiken en verantwoorde risico’s durven te nemen in relatie tot de vraag van de cliënt. Mensen die kansen creëren, kunnen reflecteren en leren van fouten. De beperkingen van onze cliënten leiden soms tot complexe vragen. Daarvoor zetten we specialistische kennis in en die blijven we ontwikkelen.

Ipse de Bruggen kent voor haar processen het kwaliteitssysteem HKZ-iso (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling Zorgsector) van de Gehandicaptenzorg. De certificering hiervan is weer voor drie jaar tot 2017 verlengd. Deze externe audit is een finale check of de interne audits goed zijn uitgevoerd en opgevolgd. Ook doen we kwaliteitsmetingen binnen het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg (KKGZ) op organisatie- en cliëntniveau en - voor het eerst in 2013 - een cliëntervaringsonderzoek. De cliënten worden nu jaarlijks geïnterviewd om zich over hun klantervaring uit te spreken. De uitkomsten van de eerste jaarronde zijn medio 2014 bekend. De KKGZ-uitkomsten worden in digiMV op www.jaarverslagenzorg.nl gepubliceerd en maken de verbeteringen ten opzichte van voorgaande jaren zichtbaar.

Hiernaast volgt apart de meting van pijler 2A KKGZ die gedurende het jaar op 17 kwaliteitsdimensies werd uitgevoerd. Deze betreft zorginhoudelijke thema’s die op cliëntniveau verbeterinformatie opleveren en op geaggregeerd niveau verbeter- en verantwoordingsinformatie. Voor alle cliënten werd bij hun jaarlijkse ZBP-bespreking via een vragenlijst informatie verzameld over twee vaste thema’s: zorgafspraken en ondersteuningsplan en cliëntveiligheid (medicatie, vrijheidsbeperking en incidenten). Daarnaast werd bevraagd op het jaarthema risico op (vermoeden van) seksueel misbruik.
 
Op dit moment worden nadere analyses verricht naar de oorzaken voor het lager scoren op de onderdelen fixatie en afzondering. Vanwege het belang van het onderwerp wordt ook in 2014 weer extra aandacht besteed aan seksualiteit en seksueel misbruik. Ook waar we hoger scoren dan gemiddeld, wordt geanalyseerd of bepaalde locaties opvallend lager scoren en indien nodig worden verbeterplannen opgesteld. Voor de bewaking van de uitvoering is het verbeterplan in de auditplanning en periodieke rapportages meegenomen.
In relatie tot de benchmark scoorde Ipse de Bruggen als volgt:
 

Medio 2013 is gestart met de meting van pijler 2B van het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg waarmee de ervaringen van de cliënt met de dienstverlening en kwaliteit van zorg in het licht van zijn kwaliteit van bestaan wordt gemeten. Het is de bedoeling dat de persoonlijk begeleider elk jaar voorafgaand aan de ZBP-bespreking een deel van de vragenlijst afneemt. In drie jaar zijn dan alle vragen van de lijst beantwoord. Zo wordt cliëntervaring onderdeel van de zorgcyclus en kunnen de verbeterpunten direct worden gebruikt in de ZBP-bespreking en eventuele bijstelling van het ZBP. Resultaten op organisatieniveau zijn medio 2014 voor het eerst beschikbaar.
 
Op alle OBC locaties is zowel onder de ouders/ (wettelijk) vertegenwoordigers als de jeugdigen de C-toets als tevredenheidsonderzoek afgenomen. De landelijke benchmark was einde jaar nog niet beschikbaar. Uitkomst is dat de ouders/ vertegenwoordigers  tevreden zijn over de communicatie en hulp en vinden dat het doel van de hulp ook duidelijk wordt gemaakt. Minder tevreden wordt, eveneens, gescoord op communicatie en betrokkenheid en op het nakomen van afspraken. De jeugdigen geven vooral aan minder tevreden te zijn over de regels, over de netheid van de locaties en of de hulp wel helpt. Positief zijn zij over de groepsleiding, de sfeer en het helpen bij problemen. Overal zijn plannen voor verbetering gemaakt.
Klachtenafhandeling
De nadruk in de benadering van de klachten ligt bij het zelf oplossen en de dialoog kiezen, al dan niet met ondersteuning van een vertrouwenspersoon. In de nieuwe klachtenregeling medewerkers werd de hele klachtenlijn opgenomen: van het lijnmanagement die allereerst behandelt tot de klokkenluidersregeling.
 
Een ander nieuw element is de mogelijkheid die wordt geboden voor externe mediation. De klachtenregeling gaat uit  van onafhankelijke leden van de klachtencommissie en onafhankelijke vertrouwenspersonen.
Deze zullen in 2014 worden benoemd. De klachtenlijn voor cliënten vraagt eveneens om ontwikkeling, dit met het oog op de nog in te voeren nieuwe wet Zorg en Dwang. De behandeling van deze wet in de Eerste Kamer is uitgesteld, Het beeld ontstaat dat er meer klachten op de locatie zelf worden opgelost. In het kader van nazorg is gestart met het nabellen van klagers nadat de klachtencommissie een uitspraak heeft gedaan. Dit levert waardevolle informatie op en lijkt positief te worden ontvangen door de klager. De huidige klachtencommissie functioneert deels al met onafhankelijke leden. Bovendien werd voor haar functie voor Schakenbosch specifieke expertise op basis van de Wet BOPZ aangetrokken.
 
Beleid voor cliënten met moeilijk verstaanbaar gedrag
Gewerkt wordt aan een gemeenschappelijke visie op zorg voor mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag (MVG). De gehanteerde zorg- en begeleidingsmethodieken worden getoetst op resultaat, om te komen tot de beste methodieken voor gebruik door de professional. Daarbij wordt in kaart gebracht welke competenties de medewerkers voor die doelgroep nodig hebben en hoe ze die ook kunnen verkrijgen. Ook wordt afgesproken welke risico’s aanvaardbaar zijn als een goede kwaliteit van leven uitgangspunt is. Dit moet leiden tot meer eenheid in het zorgbeleid en het is de bedoeling daarmee de begeleiding en bejegening van deze cliënten op een hoger plan brengen.
Drie zaken hebben hierin specifieke aandacht:
  • Het terugdringen van afzonderingen. Doelstelling is de afzonderingsruimtes met 25% per jaar af te bouwen tot 100%  in 2017.
  • Anti-agressiebeleid voor medewerkers. Hiertoe is integraal beleid ontwikkeld. Doel is om agressie en geweld door cliënten, (wettelijk) vertegenwoordigers, bezoekers en/of collega’s te minimaliseren en de handelingsbekwaamheid van de medewerkers te vergroten. De medewerkers hebben een veilige werkplek nodig. Een protocol voor opvang van medewerkers bij traumatische/schokkende gebeurtenissen werd vastgesteld.
  • Evaluatie van de zorg van cliënten met een VG ZZP6 en ZZP7. In samenwerking met de Rijksuniversiteit Leiden, afd. Orthopedagogiek wordt een evaluatiesystematiek ontwikkeld. Deze systematiek moet leiden tot een profiel voor dit type cliënten, een begeleidings-, ondersteunings- en behandelaanbod. Met als uiteindelijk effect een beter beleid voor cliënten met gedragsstoornissen.

Het beleid voor het hanteren van vrijheid beperkende maatregelen bij cliënten is herzien. Onze visie op dit onderwerp is vast onderdeel van de standaard scholing voor de medewerkers. Er zijn tevens twee werkboeken verschenen met richtlijnen hoe te handelen als een medewerker daarmee te maken krijgt. Als onderdeel van het programma ‘Onvrijwillige Zorg’ vindt onderzoek plaats naar de kwetsbaarheid bij cliënten met meerdere dwangbehandelingen en het ontbreken van behandelperspectief, waarbij ook het interne Preventie- en Crisisteam wordt ingeschakeld. De vormgeving van de zeggenschap van de cliënt in de besluitvorming bij het al dan niet toepassen van de maatregelen heeft ook de aandacht gehad. De zorgprofielen zijn verder ontwikkeld waarin voor elke leeftijdsas (ouderen – volwassenen – kind/jeugd) doelgroepbeschrijvingen, risicoprofielen, competenties en methodieken zijn beschreven en op elkaar zijn afgestemd. Doorontwikkeling van de cliëntprofielen richting zorgprogramma’s/kennismanagement is ingezet.

SGLVG
Nadat jarenlang naar mogelijkheden was gezocht, kon medio maart door de intrek in De Kijvelanden te Poortugaal begonnen worden met de opbouw van een forensische psychiatrisch centrum: 24 forensische behandelplaatsen SGLVG.
Ipse de Bruggen werkt met betrekking tot haar twee SGLVG-klinieken samen in De Borg-verband. De ontwikkelde module voor verslavingszorg wordt inmiddels ook aan andere instellingen aangeboden.
 
CVO
In 2013 is toegewerkt naar een nieuwe manier van volgen en ondersteunen van de cliënt; het Cliënt Volg- en Ondersteuningssysteem (CVO). Het herontwerp van de werkprocessen rond de cliënt en de uitwerking van de structuur en inhoud van het ZBP (zorg- en begeleidingsplan) waren daarvoor de basis. Het wettelijk verplichte deel van het ZBP wordt ingericht naar de Schalock domeinen voor kwaliteit van leven. Bij de vormgeving zullen criteria als eenvoud en werkbaarheid (zorgvisie) leidend zijn. Het systeem wordt zo ingericht dat het de medewerkers meer faciliteert dan nu het geval is, wat uiteindelijk de cliënt ten goede zal komen. De implementatie is voor 2014 voorzien. Hiermee worden de huidige systemen voor de cliëntenadministratie en het elektronische cliëntendossier vervangen.
Palliatieve zorg
Het palliatief zorgproces bij onze cliënten is in meerdere opzichten bijzonder. Daarom vraagt dat om een aparte systematische aanpak. De cliënt, zijn netwerk, en de begeleider spelen een belangrijke rol aan het begin van dat proces en het verloop ervan. Een speciaal team kan op afroep ondersteuning bieden bij een of meerdere fasen van dit zorgpad. Binnen de organisatie is dit beleid nu op elke plaats hetzelfde.
 
Verpleegkundig handelen 
Bij een groot deel van de cliënten worden dagelijks verpleegkundige handelingen uitgevoerd. Om ook hierin verantwoorde zorg te bieden werd eenduidig beleid vastgesteld binnen de kaders van de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG).
 
Programma Zichtbaar Beter en Medicatietraject
In ‘Zichtbaar Beter’ zijn vier zorgprogramma’s ontwikkeld waarin systematische aandacht is voor de chronische aandoeningen diabetes, Cardio Vasculair Risicomanagement (CVRM, gericht op hart- en vaatziekten), psychofarmagebruik en epilepsie. Voor elk aandachtsgebied wordt thans een pilot uitgevoerd.

 

Zorgverbetertraject slikproblematiek
(Ver)slikken is een veel voorkomend probleem bij onze cliënten. Meerdere slikincidenten van ernstige aard waren de directe aanleiding om een zorgverbetertraject in te zetten. Incidentenonderzoek leverde informatie op, evenals een expertmeeting. Op basis daarvan is een groot aantal acties op verschillende terreinen uitgezet. Er wordt begin 2014 gestart met de implementatie van nieuwe NVAVG-richtlijnen voor diagnostiek en behandeling van slikproblemen en tevens wordt een wetenschappelijke evaluatie uitgevoerd. Daarnaast wordt scholing voor begeleiders ontwikkeld en geïmplementeerd.
 
Vrijwilligers
Binnen Ipse de Bruggen zijn in totaal ruim 2500 vrijwilligers werkzaam. Vrijwilligers voegen veel toe aan het leven van onze cliënten. Door hun inzet kunnen we de cliënten een breder en gevarieerder pakket aan activiteiten bieden. Bovendien vergroten vrijwilligers het sociale netwerk van de cliënten. De verwachting is dat het vrijwilligerswerk in de toekomst nog belangrijker wordt. Als professionele hulpverleners zullen we in de beweging van ‘van zorgen voor, naar zorgen dat’ stimuleren dat cliënten maximale ondersteuning krijgen vanuit hun sociale netwerk.
 
 

Integraal risicomanagement

Kern van het integraal risicomanagement is het streven naar hoogwaardige zorg binnen een veilige omgeving voor cliënten en medewerkers. De risico’s worden zo laag mogelijk in de organisatie beheerst en er is een continue leer- en verbetercyclus waarvoor de lijn primair verantwoordelijk is. Ipse de Bruggen hanteert daarbij het zogenaamde 3-lijnsmodel. In het programma Integraal Risicomanagement (IRM) zijn in het risicomanagement van de organisatie belangrijke verbeteringen geïmplementeerd. Resultaten zullen worden geborgd in opleidings- en trainingsmodules. Ter ondersteuning wordt een handboek IRM op zowel intranet als internet gepubliceerd.
 
Prospectieve risico-inventarisatie
We weten dat leven en leren gepaard gaan met risico’s. Met de cliënt, zijn (wettelijk) vertegenwoordiger en zijn familie bekijken we hoe we met die risico’s omgaan. Op basis van een uniform instrument werd de PRI (prospectieve risico-inventarisatie) op de woonlocaties en bij de ambulante en behandelafdelingen ingevoerd.

 

Voor de veiligheid worden vooruitkijkend, afhankelijk van de beperking en inschatting naar oorzaak en gevolg, risico’s in kaart gebracht en afspraken daarover in het zorg- en begeleidingsplan vastgelegd. Het kan bijvoorbeeld gaan over vallen, zintuiglijke beperkingen, eten en drinken, maar ook over stemming en eenzaamheid. De PRI zal worden geïntegreerd in het toekomstige CVO.
 
Risicotaxatie per domein
Op procesniveau is voor de domeinen zorg, vastgoed & facilitair en financiën & ICT een risicotaxatie uitgevoerd. De belangrijkste risico’s zijn geïdentificeerd en vastgelegd, mogelijke beheersmaatregelen zijn aangegeven.
 
Governancestructuur
Een analyse van de noodzakelijke wijzigingen in taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot risicomanagement is uitgevoerd voor de raad van toezicht, raad van bestuur en directie. Dit heeft tot aanpassing van de reglementen raad van toezicht en raad van bestuur geleid.

 

Regionale Veiligheidsverbeterteams (RVV’s)
Ipse de Bruggen richt zich op het bieden van verantwoorde, passende en veilige zorg. Onze cliënten krijgen de zorg en begeleiding die zij nodig hebben in een zo prettig mogelijke, stimulerende en veilige omgeving. We kunnen deze veilige omgeving alleen realiseren als we goed begrijpen welke risico’s er zijn en als we weten hoe we deze risico’s kunnen managen. Ook willen we als professionals de kwaliteit van zorg en de gemaakte keuzes kunnen verantwoorden.
Daarom zijn in de regio veiligheidsverbeterteams opgezet. Zij hebben onder meer als taak incidenten uit het incidenten-registratiesysteem VMS te analyseren en verbetervoorstellen op te stellen met als doel soortgelijke incidenten in de toekomst te voorkomen en/of de kans op herhaling te verkleinen. Doordat de teams dicht bij de werkvloer staan hopen we de verbetercapaciteit verder te kunnen vergroten. Dit bevindt zich nog in een beginstadium.

Kennis, expertise en wetenschappelijk onderzoek

Leeftijdsassen en zorgprofielen
Om onze kennis en kunde ten aanzien van de verschillende doelgroepen nog verder te ontwikkelen is een indeling op leeftijdsassen gemaakt: jeugd – volwassenen – ouderen. De bedoeling is om voor elke leeftijdsas/doelgroep tot een selectie van bewezen methodieken te komen. Innovatief aan dit project is de integrale aanpak. Voor een wetenschappelijke onderbouwing van de keuze is er samenwerking met een aantal universiteiten gezocht. De zorgprofielen zijn beschreven volgens de Schalock-domeinen van kwaliteit van leven. Kenmerken voor die groep worden beschreven, inclusief de risicofactoren waar specifieke aandacht voor nodig is voor de kwaliteit van bestaan van deze cliëntgroep. De cliëntprofielen van ouderen, EVMB en die voor mensen met moeilijk verstaanbaar gedrag zijn inmiddels gereed. De ontwikkelde competentieprofielen voor medewerkers van VGN sluiten hierbij aan.
De zorginhoudelijke projecten tonen een waarneembare verbetering in zorg en effect op cliënten met ernstige handicaps. De invoering van de methodiek LACS (Lijf, Alertheid, Contact & Communicatie en Stimulans) laat bij cliënten met zeer ernstige meervoudige beperkingen aantoonbare verbeteringen zien in hun kwaliteit van bestaan.
 
Wetenschappelijk onderzoek GOUD
Het wetenschappelijk onderzoek GOUD 1 onder ouderen, dat werd uitgevoerd met de collega-organisaties Abrona en Amarant in samenwerking met Erasmus MC Rotterdam, is afgerond. De resultaten van de onderzoeken naar fysieke activiteit en fitheid, voeding en voedingstoestand, stemming, angst en cognitie, en dagprogramma’s vinden nu hun weg naar de zorgpraktijk. Als eerste is op de locatie Nieuwveen het beweeg- en educatieprogramma ingevoerd. 
Het hele onderzoek heeft veel waardevolle data opgeleverd, ook voor vervolgonderzoek. Als afsluiting zullen twee boekjes, een voor de zorgprofessionals en een voor de cliëntvertegenwoordigers, worden uitgegeven. Maart 2014 zijn de resultaten van het GOUD-1 op een symposium gepresenteerd.
 
In GOUD-2 wordt vanaf 2014 een aantal ‘zorg voor beter’- trajecten uitgevoerd, waaronder een traject rond (ver)slikproblematiek. De onderzoeken uit dit programma worden door de deelnemende organisaties uitgevoerd en zullen vervolgens bij de implementatie van de resultaten met elkaar worden gedeeld. Nieuwe interventies op het gebied van depressie en (on)gezonde voeding zijn in voorbereiding.
Parallel loopt nog een kwetsbaarheidsonderzoek dat nu al een concrete opbrengst heeft. Een ervan is dat de kwetsbaarheid toeneemt naarmate de verstandelijke beperking ernstiger is. Thans wordt nog onderzoek verricht naar de specifieke factoren die snelle toename van kwetsbaarheid voorspellen, opdat waar mogelijk preventief hierop kan worden ingespeeld.
Met de Universiteit Leiden is een onderzoek gestart naar het in kaart brengen van de effectiviteit van het begeleidings-, ondersteunings- en behandelaanbod bij mensen met een ZZP 6 of ZZP 7.

Wetenschappelijk onderzoek naar mensen met een ernstige verstandelijke meervoudige beperking
Er vindt verkenning plaats om in samenwerking met de Universiteit van Leuven een onderzoek te starten naar de interactie van EV(M)B -kinderen met hun broertjes/zusjes onderling en met begeleiders.
Een instrument is ontwikkeld en gevalideerd om de motorische ontwikkeling van kinderen met een ernstige verstandelijke en/of motorische beperking te meten en te evalueren.
(Mede)zeggenschap van de cliënt
We gaan uit van de eigen kracht en mogelijkheden van onze cliënten samen met familie en zijn/haar sociaal netwerk. Een voorbeeld daarvan is de Eigen Kracht Centrale die zorgt voor discussie over de verantwoordelijkheid van de cliënt en die van de organisatie.

Binnen de zorg voor licht verstandelijk beperkte jeugd wordt de kwaliteitsstandaard Q4c gebruikt met als uitgangspunt ‘wat kinderen en jongeren belangrijk vinden als ze niet thuis wonen’. De standaarden zijn op basis van echte ervaringsverhalen gericht op het borgen en verbeteren van ontwikkelingsmogelijkheden van uit huis geplaatste jeugdigen in Europa.
Voorbeelden daarvan zijn de eigen-kracht-bijeenkomsten die gehouden zijn, en de start van de implementatie voor de jongere cliënten van de standaard Quality for Children (Q4C).
De inspraak van cliënten bij vastgoed krijgt steeds meer vorm. Voorbeelden daarvan zijn leef wensenonderzoeken op de locaties Waddinxveen en Bodegraven. Voor de vitalisering van het landgoed Hooge Burch te Zwammerdam is met cliënten gesproken over hun woonwensen. De aanwezigheid van diensten en levendigheid op het terrein waren vooral onderwerpen van gesprek.
Het OBC (orthopedagogisch behandelcentrum) Leiden heeft cliënten(vertegenwoordigers) betrokken bij het restylen van het pand.
 
Met als uitgangspunt dat onze cliënten volwaardige burgers in onze samenleving zijn is voor hen belangrijk dat hun omgeving (vertegenwoordigers/begeleiders) goed bekend is met de rechten die zij hebben, zodat die ook op de juiste wijze worden ingevuld. Het Manifest stelt de zeggenschap van de cliënt centraal. Daar hoort ook een goed vertegenwoordiger schap bij. Hier wordt het komende jaar extra aandacht voor gevraagd en daarover wordt het gesprek met de cliënten en hun verwanten gevoerd.
De evaluatie van het reglement cliëntenraden was aan het eind van het jaar nog niet geheel afgerond. Afgesproken is wel dat de CCR (centrale cliëntenraad) voor de komende twee jaar zijn externe voorzitter houdt. Er is een inventarisatie van de lokale cliëntenraden en andere inspraakvormen geweest. Op basis daarvan werd de verdere ontwikkeling ingezet. Een aantal nieuwe lokale cliëntenraden is geïnstalleerd. Gestreefd wordt naar een volledig dekkend netwerk van lokale medezeggenschap. Waar nodig zijn verbindingen tussen de deelnemers- en bewonersraden gerealiseerd.
Door veranderende regelgeving en financiering zijn veel lokale cliëntenraden actief geweest, zoals de LCR-en van de dagbesteding volwassenen en KDC’s (kinderdienstencentra) die te maken kregen met maatregelen om de vervoerskosten terug te dringen.